De Brusselse rand — Zaventem, Tervuren, Overijse, Dilbeek, Asse — is villagebied van de jaren zestig tot tachtig, en die villa's worden nu één voor één grondig gerenoveerd: nieuw pleisterwerk over drie bouwlagen, een nieuwe chape op het gelijkvloers en vaak een kelder die het hele volume van de woning beslaat. Dat zijn grote luchtvolumes; hier plaatsen we eerder twee middelgrote toestellen per bouwlaag dan één klein, en vrijwel altijd met een ventilator om de droge lucht tot in de verste kamer te krijgen.
Leuven bouwt in de hoogte en in de diepte: studentenhuizen die per kamer worden verbouwd, appartementsprojecten aan de Vaartkom en oude stadswoningen met een gewelfde kelder. Per ruimte een compact toestel is daar de regel, en de condenspomp is er geen luxe — een reservoir legen in een studentenhuis doet niemand.
Het Hageland (Aarschot, Diest, Tienen) en het Pajottenland (Halle, Ninove-kant) zijn de streken waar het meest nieuw gebouwd wordt, op leem- en zandleembodems die traag water afgeven. Een gelijkvloerse chape droogt er zonder hulp opvallend traag; met een bouwdroger volgt de vloerder weken vroeger. In de winter hoort daar bijverwarming bij.