Tussen Aalst, Dendermonde en Sint-Niklaas wordt meer nieuw gebouwd dan bijna overal in Vlaanderen: verkavelingen met halfopen en open woningen, waar de chape van het hele gelijkvloers in één keer gelegd wordt. Een gemiddelde nieuwbouw zet daarbij zo'n 1.500 liter water in de constructie. Zonder bouwdroger duurt het maanden vóór de vloerder mag starten; met een pakket van twee of drie toestellen zijn dat weken. Hier komt het meest gehuurde toestel van ons gamma bijna altijd in aanmerking.
Gent is een ander verhaal. De rijhuizen van de Brugse Poort, Ledeberg en Sint-Amandsberg worden verbouwd in smalle, diepe percelen met weinig daglicht en soms een kelder onder het straatniveau. Nieuw pleisterwerk droogt daar slecht op eigen kracht, en een kelder die na de verbouwing muf blijft, is er de regel. Kleinere toestellen per ruimte werken hier beter dan één grote in de gang.
Langs de Schelde, de Dender en de Durme — Lokeren, Berlare, Wetteren, Temse — staat het grondwater hoog en komt waterschade in kelders en bergingen terug bij elke natte periode. Twee van onze Oost-Vlaamse realisaties hieronder zijn precies dat: een keldermuurlek in Lokeren en een berging in Berlare.